Omschrijving:
Uitg. van de Lonneker Cooperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek G.A. te Enschede.
Hardcover, foto’s.
Band wat smoezelig.
M.,
Wij bieden U aan het verslag, alsmede de rekening en verantwoording over het 60-ste boekjaar der Vereniging, het boekjaar 1956.
Het ligt voor de hand, dat het verslag over dit herdenkingsjaar een uitgebreider karakter heeft gekregen dan te doen gebruikelijk is. Wij vertrouwen, dat U met belangstelling van de inhoud kennis zult nemen.
Enschede, Februari 1957
De Directeur
S.J. Duursma
Voor ons Gerard Jordens, notaris in het arrondissement Almelo, ter standplaats Enschede, in tegenwoordigheid der beide nagenoemde getuigen, compareerden op
9 October 1896 de heeren ...............
Zo was het begin, het begin van een nieuwe periode. Waar een nieuw tijdvak begint, houdt het vorige op. Wat vooraf ging wordt afgesloten, wat komen gaat ligt in de schoot der toekomst verborgen. Het is goed, op dit laatste de nadruk te leggen. Het zou buiten het bestek van dit overzicht vallen, dieper in te gaan op de toestanden op het Twentse platteland, zoals die in de tweede helft der 19de eeuw, ja zelfs tot het einde dier eeuw waren. Door Twentse historici is dit meermalen beschreven, terwijl ook de schrijver van het Gedenkboek der Lonneker Landbouw hiervan een zeer suggestief beeld heeft opgehangen.
Dit beseffende, groeit onze bewondering, achting en eerbied voor diegenen, die in 1896 zoveel vertrouwen hadden in eigen kracht, dat zij het aandurfden een vereniging op te richten, welke ten doel had een bijdrage te leveren tot versterking van de economische positie der boeren in Lonneker. Hoe nodig dit was, weet een ieder, die geen vreemdeling is in de geschiedenis van Twente. Het was in de tijd, dat de kunstmest haar tegenwoordige plaats nog moest veroveren.
Naast akkerbouw en veehouderij werd het weefgetouw gebruikt om het zeer schrale inkomen uit het boerenbedrijf enigszins aan te vullen. Het productievermogen van de "heide-koe" was zeer matig, om niet te zeggen slecht. De zelfgemaakte boter werd op de markt verkocht, evenals de eieren en andere producten. Wanneer de opbrengst tegenviel, hetgeen maar al te dikwijls het geval was, bestond de enig mogelijke reactie uit het nauwer aanhalen van de buikriem.
|