Omschrijving:
Oons hert temeute
Anne van der Meiden
Preaken in de Twentse moodersproake
Uitg. ten Have, softcover.
Preken in het Twents is een taal-avontuur en een theologisch avontuur. Over dat laatste legt de auteur in zijn inleiding uitvoerig rekening en verantwoording af, omdat er nog steeds velen, ook in Twente, zich afvragen: Is dat nu nodig? Is het wel mogelijk? Is het niet 'plat', oneerbiedig en sensationeel? Om het aan zoveel mogelijk geinteresseerden duidelijk te maken is die inleiding in het Nederlands geschreven.
De ervaring van dertig jaren heeft tot een antwoord op die vragen geleid. Wie het Twents echt kent, beleeft in deze diensten dat het 'eigene' van de taal de boodschap 'oons hert temeute' komt, aan ons hart tegemoet komt. Velen die het meemaakten reageerden in die geest: 'het is ons nog nooit zo dichtbij gebracht'.
Maar preken in het Twents is ook een taal-avontuur, want er bestaat niet een Twentse taal. Er zijn vele varianten, maar met veel gemeenschappelijke trekken. Van der Meiden preekt in een variant
die het meest in Enschede en omgeving voorkomt. Hij heeft geprobeerd de dingen in modern Twents te zeggen, maar hij gebruikt ook nog vele oude, vertrouwde woorden die in het Nederlands geen equivalenten hebben, maar die bij de hoorders / kenners gedachten oproepen die uniek zijn. Hij heeft daarvoor met de grondtalen moeten worstelen om de juiste 'saksische' equivalenten te vinden. De lezer moet maar oordelen of dat gelukt is.
Anne van der Meiden (Enschede, 1929), studeerde theologie en promoveerde in 1972 op een dissertatie over de ethiek van de propaganda van het Christelijk geloof. Van 1973-1987 doceerde hij Massacommunicatie aan de RU te Utrecht en vanaf 1978 is hij als Bijzonder Hoogleraar aan dezelfde Universiteit verbonden. Hij schreef diverse boeken over theologische onderwerpen, zoals 'De zwarte-kousen-kerken' (Later: 'Welzalig is het volk' genoemd), “Alleen van horen zeggen” en 'Een ander fundament'. Hij schreef handboeken over Public Relations, Reclame en Propaganda. Regelmatig gaat hij voor in kerkdiensten. Hij is voorzitter van het Bestuur van het NH Instituut Kerk en Wereld.
Zijn eerste bijdrage aan de Twentse literatuur stamt uit 1953. Vanaf dat jaar werden regelmatig van zijn hand korte verhalen in het Twents gepubliceerd in Tubantia. Datzelfde blad publiceerde van zijn hand twee feuilletons: 'De oale Boerschop' en 'De möller van de rooie bek'. Zijn roman 'Spoel en Spade', gewijd aan de beginperiode van de mechanisering van de textiel verscheen in het Nederlands.
|