Omschrijving:
Mans Martelhoeve
H.G. Breuker
Uitg. Van de Berg, softcover.
Autobiografische 'streekroman'. Relaas van een poging van een stadsmens met hart voor de natuur zich te vestigen in een boerengemeenschap (Marle bij Hellendoorn). Het van de grond opnieuw opbouwen van de boerderij wordt argwanend gevolgd door de boeren met hun typische plattelandsmentaliteit.
Voorwoord
Meer dan tien jaar hebben we gewoond in een buurschap.
De naam buurschap werd vroeger gegeven aan een klein gehucht of dorp. Vroeger was de buurschap ook de naam van een uit de bevolking zelf gegroeide organisatie van buren en vanzelf groeide dat uit tot buurspraak. In onze onnozelheid dachten we ons ongestoord in zo'n buurschap te kunnen vestigen. Dat leek ook wel zo, maar we weten nu wat buurspraak is! We deden er alles aan om ons zo goed mogelijk aan te passen. We maakten buren, vroegen daarmee hun toestemming in hun omgeving te mogen wonen, spraken zelfs hun dialect.
Later hadden mijn vrouw en ik zelfs bestuursfuncties in het verenigingsleven. Maar toch vragen we ons nu nog af: 'Waren we te nadrukkelijk aanwezig, door als doe-het-zelvers te leven?'
Het geeft je een rot gevoel als je plotseling moet vaststellen dat er een uitgekiend spelletje wordt gespeeld, door zgn. vrienden. Een spelletje van kleinzielig egoïstisch eigenbelang. Allemaal heel menselijk, maar het geeft wel een ranzig bijsmaakje!
Toen het zover was dat we de buurschap gingen verlaten, leek het of we als vrienden afscheid namen. Maar was het niet zo dat men eerder blij was met ons vertrek?
Welnu, dat boerenslimheid-fatsoen zit me al jaren dwars en ik wil dat nu van me afschrijven. Het is interessant genoeg om dat te onderzoeken. Maar nu ik begonnen ben het probleem tot een verhaal te maken, besef ik toch dat een medaille twee kanten heeft en zo wil ik het beschrijven. De boer laten zijn zoals hij geworden is, met z'n boerentrots en zijn karaktereigenschappen en je krijgt dan wel een apart soort mens!
|