Omschrijving:
Klederdrachten in Noord-Oost Twente
Hesselink-van der Riet T.
Uitg. Boumans-kerris bocholtz, softcover, geillustreerd.
1920: het begin van het einde. Omslag lichte slijtage
Boek is gesigneerd door de auteur 19-10-1984
inclusief een aantal krantenartikelen uit 1984.
Inleiding
De tentoonstelling van kleding van rond l900, georganiseerd door de Stichting Heemkunde Albergen in l978, heeft mij ertoe gebracht na te gaan wat er van deze oude klederdrachten, die van de wieg tot aan her graf door de traditie bepaald werden, overgebleven was.
Een tweede stimulans was het feit, dat hierover uit deze streek nog maar zo weinig literatuur bestaat.
Met behulp van vele foto's van ca. 1865 tot 1940 hebben er veel gesprekken plaatsgevonden met tientallen mensen, die uren en dagen met veel geduld mij telkens weer de gegevens verstrekten van o.a. henzelf, de ouders of grootouders.
Het onderzoek strekte zich voornamelijk uit over de gemeenten Denekamp, Ootmarsum, Tubbergen, Weerselo en Oostelijk Almelo (in grote trekken het gebied van de graaf van Almelo).
De benamingen zijn in het Albergse dialect weergegeven en cursief gedrukt tenzij her uitdrukkelijk anders is vermeld.
Bij mijn vele bezoeken bij particulieren vond ik ook enkele inventarislijsten, testamenten, boedelbeschrijvingen of rekeningen, die vele gegevens bevatten uit de eeuwen die achter ons liggen.
Tenslotte raakte ik steeds meer geinteresseerd in de mensen, die een beroep hadden, dat met kleding had te maken: spinsters, wevers, naaisters, kleermakers, enz.
Een overzicht van deze beroepen uit de gemeente Tubbergen van l601-1932 treft U achterin aan.
Tot ca. l800 leefde de bevolking hier hoofdzakelijk van de landbouw. Men voorzag geheel in de eigen levensbehoeften. Maar naarmate de bevolking toenam, zochten sommigen hun bestaan meer in de ambachtelijke sector en zo ontstonden de beroepen van kleermaker, klompenmaker, schoenmaker, enz.
Men vestigde zich in de grote dorpen en aan belangrijke doorgaande wegen. Deze toenemende mobiliteit bracht de ontwikkeling van de kleding in een stroomversnelling.
Een tweede factor, die daarmee samenhing, was de ontwikkeling van de landbouw in de vorige eeuw. Hier en daar kreeg men een overschot aan produkten zoals spek, hammen, eieren, linnengarens, gewevyen linnen, koren, enz.
|