Omschrijving:
Het verpondingsregister van Twente van 1601
Uitgever: Ver. Oudheidkamer Twente, hardcover
1. De aanleiding tot de instelling van de verponding
Bij resolutie van 16 juni 1600 werd door Ridderschap en Steden, de Staten van Overijssel, een belasting onder de naam van verponding ingevoerd 1). Deze belasting zou ponds-pondsgewijs worden geheven over de onroerende goederen, "van yder mudde geseys in den geheelen lande van Overijssel, als oeck in de vryheiden van de steden, eens in ‘t jaar betaelt zal worden 15 stuvers ende van alle erven ofte plattelanden, by gelde verpachtet synde, den soevenden penninck, welcke doer den gebruicker sal worden uuytgelecht ende betaelt, die daervan den derden penninck den eygenaer sal korten, des sal den eygenaer den uuythebber wederomme van yder goltgulden, ad 28 stuvers gereckent, mogen korten twee stuvers".
Deze belasting werd ingesteld om de provinciale quote te betalen. Dit was het bedrag dat de Staten van Overijssel bij te dragen hadden in de geldmiddelen van de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Op de landdag - de provinciale statenvergadering - te Zwolle van 4 mei 1599 hadden zich de raadsheren Nicolaas Bruinink en Andries HesseIs , als afgezanten van de Staten-Generaal, zich bij Ridderschap en Steden vervoegd 2). Zij legden de heren een stuk over, waarin door de Algemene Staten werd aangedrongen op een bijdrage van 50.000 gulden ter delging van de kosten van het zenden van ambassadeurs van de Staten-Generaal naar de hoven van Frankrijk en Engeland.
Daarnaast werd aangedrongen op een tijdige en prompte betaling van Overijssels quote, bedragende ruim 414.617 ponden, waaruit met name de nieuwe lichting krijgsvolk betaald zou worden. Tevens werd nog verwacht een bedrag van 50.000 gulden eens voor het onderhoud van het veldleger en van de fortificaties van de onderscheidene grensplaatsen. Voorts werden nog allerlei andere bedragen gevraagd, om daaruit vooral de zware oorlogskosten te betalen. Nog diezelfde dag verklaarden de Staten van Overijssel voor het grootste deel accoord te gaan met de verlangens van de Staten-Generaal. Zij beloofden dit jaar 18.000 gulden af te dragen.
Overijssel had daar ook wel enige reden toe. In 1597 had prins Maurits Oldenzaal veroverd, waardoor een einde was gekomen aan een langdurige strijd in Twente, waarbij nu eens de Spanjaarden en dan weer eens de Staatsgezinden ………………………….
|