Omschrijving:
Gerhard Jannink & Zonen te Enschede.
B. Hesselink
Jaren van rationalisatie en verzet 1853-1938
TGU Witkam, hardcover met stofomslag, geillustreerd.
stofomslag is wat beschadigd.
Toen ik in december 1978 de villa Blijdenstein, het voormalige Twents-Gelderse textielmuseum te Enschede, binnenstapte op zoek naar een bruikbaar scriptieonderwerp voor mijn studie geschiedenis kon ik niet vermoeden, dat ik vijf jaar later deze regels zou schrijven.
Bijna drie jaar later, om precies te zijn op 9 oktober 1980, werd mij namens de voorzitter van de stichting Twents-Gelders textielmuseum de heer ir. E.E. van Andel meegedeeld, dat het bestuur van de stichting had besloten om mij te vragen een onderzoek in te stellen naar de stakingen van 1931-'32 in de Twents-Gelderse textielindustrie. Een en ander met het oog op het feit, dat het in december 1981 vijftig jaar geleden zou zijn, dat deze stakingen uitbraken.
Na een oriënterende fase, waaruit bleek dat ik niet de enige was die zich rond die tijd met deze stakingen bezig hield, heb ik in mei 1981 gemeend de bakens te moeten verzetten. De voornaamste reden hiervoor was de beschikbaarheid van het bedrijfsarchief van de onderneming Gerhard Jannink en Zonen. Ik heb toen voorgesteld om het onderzoek niet te beperken tot allèèn de stakingen van 1931-'32, maar op grond van het beschikbare materiaal een bedrijfsgeschiedenis van Gerhard Jannink en Zonen te schrijven. De stakingen van 1931-'32 zouden in deze bedrijfsgeschiedenis integraal behandeld worden. Temeer omdat een staking van de wevers bij Jannink de aanleiding vormde tot de grote staking, die duurde van december 1931 tot april 1932.
De stichting Twents-Gelders textielmuseum ging met deze nieuwe opzet akkoord. Gezien de aard van het onderzoek kwam de begeleiding van de studie in handen van de stichting Textielgeschiedenis. Na drie jaar werken kan ik nu het resultaat van mijn onderzoek aan de voorzitter van de stichting textielgeschiedenis de heer D. Jordaan J.G.H. Zn aanbieden.
Hier is de plaats om de stichting te bedanken voor het genoten vertrouwen en dat zij mij in staat heeft gesteld om dit onderzoek te kunnen uitvoeren. Ik heb er veel van geleerd.
Een historicus is voor de empirische kant van zijn studieobjekt in sterke mate afhanke-lijk van het beschikbare bronnenmateriaal. De lacunes in het Janninkarchief door de oorlogsbrand van 1943 en waterschade, waardoor sommige belangwekkende stukken gedeeltelijk onleesbaar waren geworden, beperkten mijn vraagstellingen. Dit gold vooral voor de beginperiode, het ontstaan van de onderneming. De nadruk ligt in deze studie op de periode tussen omstreeks 1900 en 1938. De jaren van rationalisatie en verzet.
De familie Jannink wil ik hier dank zeggen voor het feit, dat het gehele bedrijfsarchief voor zover aanwezig mij voor dit onderzoek vrijelijk ter beschikking stond.
Bijzonder veel steun, in raad en daad, heb ik van het begin af aan bij het schrijven van deze bedrijfsgeschiedenis ondervonden van de redaktiecommissie, alle bestuursleden van de stichting Textielgeschiedenis, de heren: Mr. Th. Enklaar, H.A. te Riet en Dr. AL. van Schelven. In meer of mindere mate hebben zij mij behoed voor kleine en grote inhoudelijke fouten en duister taalgebruik. Met nadruk wil ik hier beklemtonen, dat de verantwoordelijkheid voor dit boek, zowel qua opzet, interpretatie als uitvoering, volledig bij de auteur berust.
|