Omschrijving:
Enschede van toen op briefpapier
T. Wiegman
Uitg. TGU Witkam, softcover, geïllustreerd
Voorwoord
Tot in het midden van de 18e eeuw waren landbouw en kleinhandel de hoofdmiddelen van bestaan in Enschede en omgeving. Er werd voornamelijk veel vlas verbouwd, dat bijna in elke boerenwoning tot linnen werd gesponnen en daarna tot doek geweven. In die gezinnen waar de grond onvoldoende bestaansmiddelen opleverde, werd voor zover andere bezigheden dit toelieten, het vlas gesponnen door de vrouwen en door de mannen de garens tot linnendoek geweven. Dit waren dus de eerste spinners en wevers in onze streek.
Langzamerhand breidden deze beroepen zich uit. Evenals bij andere ambachten werd ter bevordering van hun beroep en ter bescherming van elkanders belangen op 18 maart 1641 het linnenwever-gilde opgericht. De huisindustrie onderging in het midden van de 18e eeuw een belangrijke wijziging. Twee ondernemende mannen, Herman en Jan Jacobszoon uit Lochem stichtten in Enschede een kleine fabriek voor het weven van bombazijn, een produkt van half linnen en half katoen.
Na korte tijd werd dit voorbeeld gevolgd en ontstonden meerdere handweverijen, blekerijen en ververijen. De linnen garens werden aanvankelijk betrokken van de boeren terwijl de katoenen garens geïmporteerd werden. Later werd een katoenspinnerij opgericht door de Gebroeders Schophaus.
De industrialisatie nam snel toe. In 1808 bestonden in Enschede reeds 30 fabrieken. In 1819 waren er 50 weverijen, 28 katoenspinnerijen, katoenspinnerijen, 40 ververijen, 8 linnen- en katoendrukkerijen, 8 blekerijen en 2 hoedenfabrieken in de vorm van eenvoudige werkplaatsen tot grotere fabrieken. Na de komst van de stoommachine werd het handwerk geleidelijk vervangen door machines. In 1836 ontstond de eerste Enschedese Stoom-katoenspinnerij in 1853 gevolgd door de eerste stoomweverij. In 1861 bestonden er reeds 8 stoomspinnerijen en 6 stoomweverijen. Bij de brand op 7 mei 1862 werden bijna al deze bedrijven verwoest. Enschede is echter weer spoedig uit de as herrezen en groeide uit tot de grootste fabriekstad in de textielindustrie van ons land.
Vele fabrieken en werkplaatsen, bedrijven en winkels verrezen in de loop der jaren. Op onze wandelingen door het Enschede van vóór de tweede wereldoorlog komen we langs vele van deze bedrijfspanden die een beeld geven van een bloeiende stad.
De afbeeldingen gevonden op briefhoofden en rekeningen van vele vroegere en nog bestaande firma's duiden hierop. Door de totale verandering van de economische structuur in de zeventiger jaren is het beeld van de stad in 1980 geheel anders. Vele van de hierna afgebeelde fabrieken en andere bedrijven zijn verdwenen.
De vele fabrieksschoorstenen welke het beeld van de stad vroeger beheersten zijn omver gehaald.
Dit was de aanleiding om deze beelden voor de toekomst vast te leggen. Uiteraard is dit overzicht bij lange na niet compleet doch samengesteld uit het thans voorhanden zijnde materiaal.
Enschede, 1981.
|