Omschrijving:
Een kabinet van Twentse gezichten
Hulshoff A.L.
Uitg. Fibula-van Dishoeck, hardcover, geillustreerd
Gedrukt in een beperkte oplage
Dit is nummer 35
INLEIDING
Van de drie kwartieren van Overijssel, te weten Vollenhove, Salland en Twente, vormt Twente het oostelijke deel. Het drostambt Twente was vanouds het armste met de onvruchtbaarste bodem.
Een vergelijkbaar gebied is Drente, waarvan het karakter eveneens door schrale zandgronden, uitgestrekte heiden en venen werd bepaald.
Beschouwt men evenwel de agrarische samenlevingsvormen, dan wijken beide gebieden sterk van elkaar af; er zijn opmerkelijke verschillen in ligging van de boerderijen en in de structuur van de bewoning.
In Drente kept men de brinkdorpen, waar de oude boerderijen schijnbaar schots en scheef bij elkaar gelegen, schilderachtig achter hoog eikengeboomte schuil gaan en waar de landbouwgronden in de periferie, van het dorp uit worden bewerkt.
In Twente daarentegen is de ligging van de boerderijen geheel anders. Rondom de hoge essen — de landbouwgronden bij uitstek — zijn de oudste boerderijen in een krans gelegen. Langs beken en stroompjes, die elk jaar na hoog water een laagje vruchtbaar sub hebben achtergelaten, treffen we de woongebieden van de overige landbouwende bevolking aan, die tevens de hoge kampen in de omgeving van deze waterlopen beakkert.
Over het algemeen genomen geldt, dat op het platteland in Twente de verspreide samenlevingsvorm kenmerkend is.
De meeste dorpen en stadjes zijn ontstaan uit of gegroeid door vestiging of aanwezigheid van een plaatselijk belangrijke of minder belangrijke "beer".
Tengevolge van de verleende bescherming werden kooplieden en ambachtswerkers aangetrokken en kerkstichtingen bewerkstelligd. Als sprekende voorbeelden gelden de plaatsen Almelo, Diepenheim, Enschede, Goor, Haaksbergen en Hengelo. Cultuurdragers in Twente waren in het verleden de adel en de geestelijkheid; hun overheersende invloed heeft lang stand gehouden. De opkomende textielindustrie in de 19e eeuw heeft Twente tot grote bloei gebracht. Belangrijke centra werden Enschede, Hengelo en Almelo.
De overeenkomsten en verschillen in volksaard, landschap, structuur van de bewoning en andere kenmerken van de gewesten Drente en Twente zijn door de eeuwen heen door verscheidene belangstellende reizigers ervaren en opgetekend.
Een treffend voorbeeld van een verslag van zo'n reis vormt dat van Jacob van Lennep, de bekende romanschrijver, die zijn studievriend Dirk van Hogendorp, de zoon van de staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp, tot metgezel had. Zij beiden waren het, die als studenten van de universiteit te Leiden een voetreis door de noordelijke Nederlanden ondernamen om de mentaliteit van het nederlandse yolk te onderzoeken.
Zij volbrachten deze reis lopende, liftende en soms in geval van "lichamelijk ongemak" rijdende met een gehuurde wagen.
Uit het dagboek, dat Jacob van Lennep van deze tocht heeft gehouden' , weten we dat hun expeditie op 28 mei 1823 is begonnen in Amsterdam en dat de route via Noord-Holland, Friesland, Groningen, Drente, Overijssel, Gelderland, Brabant en Zeeland is gelopen.
Deze beide aankomende juristen zullen ooggetuigen zijn geweest van vele Twentse gezichten, zoals die zijn vastgelegd in dit kabinet.
In gedachten opnieuw hun reisroute door Twente nemend, bied ik U in het hierna volgende een reeks van historische afbeeldingen van steden, dorpen en landschappen. Hun entree in Twente is langs een thans volkomen in onbruik geraakte route gemaakt. Zij vertrokken komende uit Drente, op 16 juli van Hardenberg:
"Wij namen een goeden kapwagen tot Oldenzaal en reden het dorp uit. Weldra kwamen wij op allerslechtste wegen door onafzienbare heiden, reden over bergen en dalen bij de vijf wren, en hielden slechts eens stil aan een armzalig gehucht, waar de menschen eene onverstaanbare taal spraken2. Ootmarsum naderend werd de landstreek opeens bekoorlijk. Voor ons stak de torenspits3 van dat stadje uit goudgeel graan met donkere bosschen omringd, en in de verte rustte het oog op de graauwe bergen, terwijl het slot van Bentheim op een derzelver pronkte en de toorens van Noordhoorn en Nijenhuis4 zich aan den voet vertoonden.
|