Omschrijving:
Dit ik Enschede
Bert Schierbeek
Amsterdam Contact-Foto-Pocket, foto’s Cas Oorthuys.
INLEIDING
Enschede is een nieuwe stad, een nieuwe oude stad, zou men beter kunnen zeggen. Want Enschede dateert reeds van omstreeks het jaar 1100. Kans om oud te worden kreeg het echter niet. Tot viermaal toe brandde de stad af. Het laatst in 1862. Toen bleef maar één huis, het Elderinkshuis, ongeschonden. Ook de Hervormde Kerk op de Markt brandde uit. Wel bleven de muren bewaard en werd zij binnen deze muren herbouwd. De Markt is het oude centrum van de stad, door de Langestraat verbonden met het plein waaraan het stadhuis staat. De stad die in 1862 afbrandde was een kleine stad. Ze had de vorm van een ei. Als een ei lag ze in het Twenteland, welbewaard tussen de Noorder- en Zuiderhagen. Het was toen ook al een katoenstad. De eerste fabrieken waren reeds verrezen, al bestonden spinnen en weven als huisnijverheid ook nog. De Markt was de markt voor de boeren uit de omliggende dorpen. De katoentjes werden reeds uitgevoerd naar verre landen, ook al had Enschede geen waterwegen, zoals nu het Twentekanaal.
.
In 1862 brandde een kleine werkstad af en die stad werd herbouwd en groeide uit tot een grote werkstad. Maar deze stad bezat ook parken en tuinen en singels. De Rondweg kwam klaar, een brede baan om de stad, waarbinnen de nieuwe wijken als het Pathmos en 't Varvik werden opgenomen. Ruim en laag werd er gebouwd in die dagen. De stad ging nog ongemerkt over in het platteland. Maar hoog en majestueus torende het nieuwe stadhuis reeds op in het centrum, op de plaats, waar alle voorgaande stad-huizen van Enschede hadden gestaan. Onder burgemeester Edo Bergsma begonnen, werd het voltooid en in gebruik genomen in 1933. De stad had een nieuw en fraai hart gekregen, een efficiënt huis voor een grote stad en een grote gemeente. Toch had Enschede met het oude plein, waarop wekelijks markt werd gehouden, onder de oude bomen, omringd door fabriekscomplexen aan de ene kant en aan de andere kant door de oude wijk 'de Krim', nog alles van een provinciestad. Het lag buiten de grote verkeerswegen die naar Duitsland voeren, al was het grensverkeer zéér intensief.
Na de oorlog kwam hierin verandering. De oorlog vernielde grote delen van de binnenstad, maar ook de buitenwijken als het Pathmos bleven niet gespaard. Aan het eind van de oorlog had ………..
|