Omschrijving:
De Joodse bevolking Hengelo 1940 - 1945
Bootsma W.
Uitgever: eigen beheer, 1992, softcover, gestencilde uitgave in plastic omslag.
AANLEIDING
Verschillende mensen die ik interviewde, vroegen mij waarom ik dit onderzoek deed. Het was geen afstudeeropdracht, geen opdracht van derden, geen zuiver wetenschappelijke benadering. Een antwoord hierop kon en kan ik nog steeds moeilijk geven. Waarom doe je zoiets?
Wel kon ik de aanleiding uitleggen. En daar namen de mensen, die mij voorgaande vraag stelden, meestal genoegen mee. Vandaar dat ik de aanleiding tot deze studie, nog voor de inleiding, op deze plaats vermeld.
Enkele jaren geleden zocht ik naar de persoonlijke geschiedenis van mijn vrouw. Zij was in 1944 via Limburg naar Hengelo gebracht. Voor die tijd had ze zowel ondergedoken gezeten in Amsterdam als in Limburg. M.b.t. Limburg weet niemand precies waar; tot op de dag van vandaag. Via enkele nog overgebleven Joodse familieleden vernam ik wel iets over de gang van zaken in Amsterdam. Ook haar OPK-dossier, bewaard gebleven in het Rijksarchief Noord Holland te Haarlem, bracht enige klaarheid.
Via archieven kwam ik echter ook meer te weten over de Hengelose Joden, over de Joodse schoolkinderen (zie bijlage), hun ouders, de Joodse ondernemingen hier ter plaatse, etc. Tevens kwam ik veel Hengeloers tegen, die zich tijdens de oorlogsjaren hebben ingezet om Joden te helpen onderduiken.
Al deze verzamelde gegevens heb ik naar vermogen geprobeerd te ordenen en te rubriceren. Het geheel telt meer dan duizend pagina's.
Uit dit geheel heb ik een keuze moeten maken. Welk onderdeel zou ik als eerste voor anderen toegankelijk te maken? Daarbij is mijn keuze gevallen op de Joodse jeugd.
Tijdens dit onderzoek stuitte ik toevallig op een bewaard gebleven dossier m.b.t. de Joodse schoolkinderen in 1941. Allereerst heb ik met hulp van velen nagegaan wat er met deze kinderen gebeurd is. Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar de Joodse zuigelingen, peuters en kleuters. Maar ook naar de vriendjes en vriendinnetjes, broertjes, zusjes en tijdgenoten van de reeds gevonden Joodse schoolkinderen. Hierdoor ontstond er een afgebakend geheel: "de Joodse jeugd van Hengelo in de jaren 1940-1945".
Vervolgens heb ik gezocht naar de "ins" en "outs" van deze kinderen. Wie waren hun ouders? Waar woonden ze? Waar gingen ze naar school? En wat is er van hen geworden? Lang niet altijd werden deze gegevens gevonden. Veel ontbreekt er nog. Ook durf ik in de verste verte niet te stellen, dat het nu voor u liggend geheel een compleet beeld geeft; verre van dat! Er kunnen in de periode 1940-1945 meer Joodse kinderen in Hengelo (0) hebben geleefd, dan in deze uitgave is aangegeven. Over de wel gevonden Joodse jeugd valt ongetwijfeld veel moor te schrijven dan in deze uitgave is gedaan.
Ook zijn de gegevens per kind verre van compleet. Over het ene kind vond ik immers meer gegevens dan over het andere. Wanneer is zo'n onderzoek afgerond? Eigenlijk nooit! Hoelang moet je dan wachten tot je er iets van naar buiten brengt? En aan hoeveel deskundigen moet je zoiets voorleggen voordat je er iets van publiceert?
Maar vooral hield de vraag mij bezig, wie er iets aan heeft, c.q. wie kan er iets mee kan doen?
Allemaal vragen waarop ik geen antwoord heb.
Ondanks bovengenoemde onbeantwoorde vragen, heb ik besloten de gevonden informatie ten aanzien van de Joodse jeugd toch maar door middel van een eenvoudige en zeer beperkte uitgave het daglicht te doen zien. Waarom?
Ik heb aan de reaktie van mijn vrouw gemerkt, dat zij blij was, dat er stukjes van de legpuzzel van haar leven op z'n plaats kwamen te liggen. Zij kon zich voorheen alleen vaag iets herinneren, slechts flarden. Door enkele details nader uit te diepen en het gevonden geheel logisch te rangschikken, kwam er meer lijn in haar verhaal - haar geschiedenis zodanig, dat zij er daarna beter mee om kon gaan dan voorheen. Er ging een genezende werking van uit.
Misschien vergaat het sommige betrokkenen, zoals het mijn vrouw verging. Misschien hebt u er iets aan?
Er is veel gebeurd tijdens de oorlogsjaren. Velen hebben met eigen ogen gezien hoe de Joden uit hun huizen werden gehaald. En met name onze Joodse medebewoners hebben dit aan den lijve ondervonden.
Veel is verdrongen. Het leven gaat verder. Je kunt er niet altijd bij stil blijven staan. Maar bij het ouder worden en met het verstrijken van de jaren, blijven er flarden hangen, losse stukken.
Ik heb slechts geprobeerd om de verhalen en indrukken, verkregen uit vele interviews, uit de weinige documenten en uit een grote hoeveelheid literatuur, samen te voegen rondom de Joodse jeugd van Hengelo in de jaren 1940-1945.
In hoeverre mij dat is gelukt, is ter beoordeling van de lezer. Reakties, correcties, aanvullingen en/of kritiek kunt u sturen aan schrijver dezes:
Wim Bootsma
Tenslotte wil ik dit eerste deel opdragen aan mijn vrouw en kinderen, opdat het hen tot een blijvende herinnering zal zijn, dat ook zij zijn voortgekomen uit ditzelfde geslacht van Abraham, Izaal en Jacob.
|