Omschrijving:
Bestemming Semarang
Geschiedenis van de textielfabrikanten Gelderman in Oldenzaal 1817 – 1970
Fischer E.J.
Gerwen J.L.J.M. van
Winkelman H.J.M.
Uitg. Gelderman Stichting/NEHA, hardcover met stofomslag, geïllustreerd.
INLEIDING
Bestemming Semarang schetst de belangrijkste bedrijfseconomische en sociale ontwikkelingen van het familiebedrijf H.P. Gelderman en Zonen in de Oldenzaalse en Twentse context. De geschiedenis van deze onderneming is onlosmakelijk verbonden met het voormalige Nederlands Oost-Indie. De in Oldenzaal vervaardigde katoentjes vonden lange tijd daar hun bestemming. Te Semarang zetelde het Indische handelshuis van Gelderman.
Voor Oldenzalers was Semarang eveneens een begrip. Het was namelijk de naam van de in 1896 gebouwde katoenweverij die het hart vormde van het fabriekscomplex gelegen aan de internationale spooorlijn Almelo-Salzbergen. Wanneer in de haven van Semarang de agenten van Geldermans handelshuis de scheepszendingen inspecteerden, klepperden tegelijkertijd in Oldenzaal de weefgetouwen. De export naar Nederlands Oost-Indie - en meer in het bijzonder naar Semarang - stond lange tijd garant voor de continuiteit van het familiebedrijf en bood velen in en rondom Oldenzaal bestaanszekerheid.
Vanaf het midden van de vorige eeuw was H.P. Gelderman, later vanaf 1865 de firma H.P. Gelderman en Zonen, onmiskenbaar de grootste industriele werkverschaffer van Oldenzaal en omgeving. Het eerste hoofdstuk getiteld 'Een nieuw begin in Oldenzaal 1817-1860' werpt licht op de beweegredenen van de uit Schermbeck afkomstige Ph.J. Gelderman om zich in Oldenzaal te vestigen. De stamvader van de ondernemers zette de onderneming op in het tijdperk van de huisnijverheid, waarin via de Nederlandsche Handel-Maatschappij de eerste contacten met Nederlands Oost-Indie tot stand kwamen. Het jaar 1860 is een zinvolle caesuur aangezien toen de handmatige voortbrenging plaats maakte voor fabriekmatige produktie.
'Sturm und Drang 1860-1875' bespreekt het tijdvak waarin de tweede en derde generatie ondernemers er in slaagden een geintegreerd stoomproduktiebedrijf op te zetten en de contacten met de overzeese afzetmarkt wisten te intensiveren. In deze jaren legden zij een hecht fundament voor verdere uitbouw van de onderneming.
In 'Semarang verleid 1876-1914' komt de verticale integratie - het veiligstellen van grondstoffen, hulpstoffen, kapitaal en vooral het afzetkanaal op Java - aan de orde. In deze periode heeft ook de vierde ondernemersgeneratie haar entree gemaakt.
Met de Eerste Wereldoorlog breken 'Ongekende tijden 1914-1935' aan, zowel in positieve als in negatieve zin. Deze periode kenmerkt zich door sterke conjunctuurinvloeden, een hectisch sociaal klimaat en toenemende concurrentie op de Indische markt. De wereldcrisis van 1929 laat diepe sporen na en brengt de firma rondom 1935 - aan de rand van de afgrond. De omvorming van firma tot naamloze vennootschap in 1935 en de eendrachtige economische samenwerking met andere textielfabrikanten openen nieuwe perspectieven. In toenemende mate wordt echter de speelruimte voor het familiebedrijf door externe invloeden aan banden gelegd. In 'De vrijheid beknot 1935-1950' komt ter sprake hoe de vierde en vijfde generatie fabrikanten - ondanks de uiterst moeilijke omstandigheden - gepoogd hebben hun zelfstandigheid te bewaren.
'Naar een grotere eenheid 1950-1970' behandelt de verbreding van het werkterrein in allerlei opzichten. Indie moet worden verlaten en de gehele wereld wordt het werkterrein waar een breed produktassortiment wordt aangeboden. Door de onstuitbare opmars van de buitenlandse concurrentie is een grote terugslag niet te voorkomen. In 1966 weet Gelderman een deconfiture af te wenden. Gelderman slaagt er in zich uit het moeras te werken en weet meerdere bedrijven tot avances te verleiden. Uiteindelijk komt in 1970 een fusie met Nijverdal-ten Cate tot stand.
Ten slotte wordt in 'Semarang Adieu' een korte epiloog over de geschiedenis van de werkmaatschappij 'Gelderman Oldenzaal' en samenvattingen gegeven.
|