Omschrijving:
25 jaar Middelbaar en voorbereidend Hoger Onderwijs door de P.P. Carmelieten
Arts Mathias, Rooy Johannes van
Uitg. onbekend, softcover, geillustreerd
omslag wat gebruikssporen
VIJF EN TWINTIG JAAR MIDDELBAAR EN VOORBEREIDEND HOGER ONDERWIJS DOOR DE P. P. CARMELIETEN IN NEDERLAND 1923 - 1948
GESCHIEDENIS VAN HET CARMELCOLLEGE TE OSS EN VAN HET TWENTS CARMELLYCEUM TE OLDENZAAL
DOOR:
DR MATHIAS ARTS LERAAR AAN HET CARMELCOLLEGE TE OSS EN DR JOHANNES VAN ROOY
LERAAR AAN HET TWENTS CARMELLYCEUM TE OLDENZAAL
DE CARMELIETEN EN HET ONDERWIJS
Wie thans onze Paters, met schrift en boek beladen, zich naar hun klas ziet begeven, zal op het eerste gezicht moeite hebben in hen de opvolgers te zien van de eerste Carmelieten, die in de stille dalen van de uit de zee oprijzende Carmelberg hun zuiver beschouwend leven leidden. En toch, bij nader toezien blijkt, dat wel de uiterlijke levensomstandigheden zijn veranderd, dat echter de beleving zelf zich gelijk bleef.
De eerste Carmelieten waren Westerlingen, die zich ten tijde der Kruistochten naar het Oosten hadden begeven, en zich, aangetrokken door de eenzame schoonheid van de Carmel, daar hadden gevestigd, om op die plaats, geheiligd door het verblijf van de grote Godsgezant, de profeet Elias, hun God te dienen en te verheerlijken in een leven van voortdurend gebed. Daar leefden zij, zoals de latere bisschop van Accon, Jacob van Vitry, in 1221 schreef, „als bijen des Heren, die in de korven van hun kleine cellen de honig ener geestelijke zoetheid verzamelden".
Toen Jacob van Vitry dit schreef, hadden de kluizenaars, die aanvankelijk over de berg verspreid leefden, zich reeds op een plaats, om de bron van Elias, verenigd, en hadden zij van Albertus, Patriarch van Jerusalem, reeds een Regel ontvangen. Deze Regel verplichtte hen „dag en nacht de Wet des Heren te overwegen en in gebeden te waken, tenzij andere noodzakelijke werkzaamheden hen bezig hielden".
Maar spoedig nadien wend reeds hun rust verstoord door het steeds verder opdringen der Turken. Noodgedwongen moesten zij uitzien naar andere woonplaatsen, en waar konden zij die anders vinden dan in Europa? Tegen 1240 staken de eerste broeders over; net de val van Accon, in 1291, scheepten ook de laatsten zich in om in veiliger oorden hun leven van gebed en beschouwing voort te zetten. Maar Europa van de dertiende eeuw was Been Palestina. Wilden zij hier leven, dan moesten zij zich aan de veranderde omstandigheden aanpassen.
De eerste Carmelieten, die naar Europa kwamen, waren nog met hart en ziel eremieten, die vast besloten waren ook daar dat leven voort te zetten. De eerste stichtingen lagen ook alle ver verwijderd van de steden en de bewoonde plaatsen. Overeenkomstig het voorschrift van hun Regel bouwden de broeders ook in Europa hun kluizen in de eenzaamheid, met de kapel in het midden.
Daar wilden zij hun ....................
|